De Warmtewet zorgt met ingang van 1 januari 2014 voor de bescherming van de huurders die afhankelijk zijn van collectieve installaties tegen hoge tarieven en onacceptabele storingen. Jaarlijks legt de Autoriteit Consument en Markt (ACM) de maximumtarieven vast. Hierdoor betalen de huurders een eerlijke prijs voor de collectieve warmtevoorziening. Naar schatting heeft ongeveer 8% van alle Nederlandse huishoudens met deze wet te maken, omdat zij warmte via blok- of stadsverwarming ontvangen.

Doel van de Warmtewet

Het doel van de Warmtewet is om klanten te beschermen tegen te hoge prijzen. Huishoudens en bedrijven zijn immers volledig afhankelijk van hun leverancier. Afnemers van warmte kunnen niet overstappen naar een andere warmteleverancier. En zij kunnen ook niet overstappen op gas.

Het Niet-Meer-Dan-Anders-principe

De maximumprijs voor warmte is gebaseerd op alle kosten die een verbruiker zou moeten maken voor het verkrijgen van dezelfde warmte wanneer hij een gasaansluiting zou hebben. Verbruikers op het warmtenet betalen op deze manier niet meer dan voor gas. Dit niet-meer-dan-anders-principe is gebaseerd op een gemiddelde verbruiker in de gassituatie. Een gemiddelde verbruiker van gas is iemand met een G6 meter en een combiketel met HR107 label met comfortklasse CW4 voor tappen.

Voor meer informatie over de Warmtewet verwijzen wij u naar de publicaties op de website van de Autoriteit Consument en Markt.

Meer informatie voor consumenten over de Warmtewet is ook te vinden op de website van de ConsuWijzer, het consumentenloket van de ACM.